Weetjes

Kerkelijke registratie

De kerkelijke registers kwamen het eerst.
Gedurende de 24ste zitting van het concilie van Trente (1545-1563) heeft op 11 november 1563 de kerkvergadering het besluit genomen om alle gedoopten met namen van peter en meter (peetoom en peettante) door de pastoors te laten registreren. Tevens werd besloten dat de doopregisters bewaard moesten blijven. Ook het huwelijksregister werd ingevoerd. Waarom er op dat moment ook niet is besloten om een overlijdensregister in te voeren is niet duidelijk.
Belangrijkste reden voor de invoering van de kerkregisters was de handhaving van kerkelijke regels en om de omvang van de parochie vast te stellen.
Met de komst van de reformatie werd de registratie van doop-, trouw- en begrafenisregisters overgenomen of gehandhaafd.
Wel kwam het voor dat door de geloofsvervolging zowel registratie in de katholieke als de protestantse registers plaatsvond. Uiteraard met verschillende data.

Door de ontkerkelijking en de registratie door de Burgerlijke stand wordt de registratie in de kerkelijke registers voor de toekomstige gebeurtenissen steeds minder interessant.

Registratie en Burgerlijke stand /Achternaam

Welke informatie:
Registers en registratie zijn voor stamboom (genealogie) onderzoekers van groot belang. Zij geven veel betrouwbare informatie. Met registers wordt zowel bedoeld de kerkelijke registers als de registers van de burgerlijke stand.
Voorbeelden van informatie zijn voornamen, achternaam, datum, plaats, betrokkenen, relatie tussen betrokkenen, beroepen, aard van de gebeurtenis/statuswijziging (geboorte, doop, trouwen, overlijden etc), geslacht (man/vrouw), leeftijd, burgerlijke staat (ongehuwd, gehuwd, gescheiden) etc.

Burgerlijke stand:
In Europa zijn niet op alle plaatsen tegelijkertijd boven genoemde registers ingevoerd. De invloed van Napoleon op invoering van registers voor de burgerlijke stand is groot geweest. Maar ook daarvoor waren reeds in diverse landen initiatieven genomen voor het opzetten van registers. Veel burgers moesten er in het begin niets van hebben. ook dachten velen “dat waait wel weer over”. Maar naar verloop van jaren werden de touwtjes aangespannen en boetes hoger. Kortom een veel beproefde en succesvolle methode van introductie van veranderingen die heden ten dage nog volop in gebruik is.

In Nederland werd niet tegelijkertijd in het gehele land de burgerlijke stand ingevoerd.
Dat hing samen met de Franse bezetting die vanaf het zuiden het land binnen marcheerde.
Zo werd bij besluit van 6 november 1794 de mogelijkheid gegeven om ook een burgerlijk huwelijk te sluiten. Bij de inlijving van ons land bij Frankrijk in 1810 werden ook de Franse wetten ingevoerd.  Onderdeel daarvan was de invoering van de burgerlijke stand (1811).
De bevolking in Nederland werd toen op 2 mln. geschat.

Ingevoerd werden:
– het register van geboorten
– het register van huwelijke en echtscheidingen
– het register van overlijden
– het register van huwelijksaangiften en huwelijksafkondigingen

Omdat het bestaan van een burgerlijke stand als nuttig werd gezien bleef deze wetgeving in stand toen de Fransen in 1813 werden verdreven.

Ontwikkeling burgerlijke stand:
Een aantal ontwikkelingen:
– Van schrijven naar typemachine en daarna naar elektronische verwerking.
– Van folianten naar losbladige systemen.
– Ook wetgevingen omtrent achternamen, minderjarigen/meerderjarigen, kindererkenning, huwelijksafkondigingen, persoonskaarten, naamrecht, wettelijke identificatie en geregistreerde partnerschappen hebben veel invloed gehad op ontwikkelingen.
( Kortom voldoende onderwerpen voor de liefhebber!)

Achternaam:
Voor 1811 hadden niet veel Nederlanders een vaste achternaam. Door bijnamen, boerderijnamen en verwijzingen Janszoon werd vaak duidelijk wie er bedoeld werd. Ook door het analfabetisme was het niet altijd duidelijk hoe de naam moest worden geschreven. (Fonetische schrijfwijze, opgeschreven werd de naam zoals die werd gehoord.)

Bij registratie zal omwille van de duidelijkheid sprake moeten zijn van systematische en eenduidige registratie. Belangrijk onderdeel is daarbij het hanteren van een vaste achternaam.  Immers er mocht geen sprake zijn van persoonsverwisseling.
In de vijftiende en zestiende was het hanteren van een vaste achternaam in Nederland nog weinig gebruikelijk. In de zeventiende en achttiende eeuw werd dit meer gebruikelijk.
Het eerst in het zuiden en bij de sociale bovenlaag.
In 1811 bij de invoering van de burgerlijke stand werd het verplicht een achternaam te voeren. De bevolking vond het een onnodige bemoeizuchtige maatregel van de Franse overheid. Een deel van de bevolking protesteerde door een lachwekkende achternaam aan te nemen. Hun nageslacht ondervindt van deze “onbezonnen” daad nog steeds de nodige hinder.

1812 Vaststelling schrijfwijze naam Naberink op 18-12-1815

Op 18 december 1812 werd als gevolge van de wetgeving van Napoleon inzake de burgerlijke stand de naam Naberink vastgelegd.
Deze wetgeving werd niet altijd zonder morren of verzet geaccepteerd. Zie ook de handtekening waarin er sprake is van een dubbele a en een dubbele e in Naabeerink.

HET VRAGENDERLIED                    Uit de “Elna” 1967.

Wear de burenhulpe altied welkom is
Waar de klokken loed, nog altied veur de mis
Waar nog kinderen spelen, meestal heel hel blond
Daar bun ik geboren, op Vroagendersen grond,
Waar den roerdomp steeds nog nusteld in ’t réét
en den boerenzwaluw ’t olde nus nog weet
Wooy nog knienenwrangen, vind heel de schanse rond
Daar bun ik geboren, op Vroagendersen grond.
.
Waar men koning schut as ’t Vroagender karmisse is
en elk jaar ne nieuwe koningin ne is
waar de mulle dreeit nog, heel den dag in ’t rond
Daar bun ik geboren, op Vroagendersen grond.
Waar ’t vèène lig, dat ieder kind hier weet
dat den v.reemdeling trekt, al deur de V.V.V
Waar nog boeskool greujt, op eigen vasten grond,
Daar bun ik geboren, op Vroagendersen grond.
.

Waar de olde kapelle overend blif staan,
al zal windkracht negen, er ok oaver goan,
’t Is of d’olde muren, ’s Heeren lof verkond,
Doar bun ik geboren, op Vroagendersen grond
Woaj op ’t stoppelland den vleeger op zéét goan
en op grote heugte, endlijk stil blif staan,
’t Is alsof e hooge, een groet, naar den hemel zond,
Daar bun ik geboren, op Vroagendersen grond.
.
Toa d’r es ne zommer vuIle regen véél
Ging noar Lechtenvoorde, direct ’t grootste deel,
Wat wasse wy gelukkig, met den hoogen grond,
Daar bun ik geboren, op VroagendBrsen grond.
As d’r ééne van ons naar den vrumden geet,
Denk toch neet, dat héé ons mooie dorp vergeet.
Al hèf héé e zworvenne, heel de wereld rond,
Héé veult zich geboren op Vroagendersen grond.
.
Telkens zullen zien gedachten stille staan,
En ne keere, zalie, as ’t kan naar Vroagender gaan.
Steeds met weemoed denkend, waar hij zich ook bevond.
Ik bun toch geboren, op Vroagendersen grond.

Veesterfte in 1768 Lichtenvoorde

LICHTENVOORDE

Veesterfte in 1768

Lijste van de beesten soo in den jare 1768 aan de siekte onder ’t runtvee binnen de Stad en
Heerlijkheid Lightenvoorde sijn gestorven en gebetert, ingevolge verklaringe door de eijgenaren derselve bij handtastinge in iedes plaatse in judicio gedaan.
.

Binnen de Stad Lightenvoorde.
Cornelis Doppen – een koe gestorven (seer nodig)
Harmen Sironden – een koe gestorven en een gebetert
Barteld Huinink – een koe gebetert en een gestorven
Berent Keusink – twee koejen en een kalf gestorven
Coenraad Breukelder – drie koejen gestorven
Jan te Veluwe – een koe gestorven
Jan Berent Harmsen – twee koejen en een kalf gestorven
Derk Oonink – een koe gestorven
Willem Dieperink – een koe gestorven
Teube ten Have – een koe gestorven (seer nodig)
Harmen Heusels – een koe gestorven
Jan Berent Westerman – drie koejen gestorven
Tone Hulshof – drie koejen en een starke gestorven
Jan ten Brundel – een koe gestorven
Jacob Holleweg – een koe gestorven (seer nodig)
.

In de boerschap Vrageren.
Berent Raben op Bosscher – een koe gestorven
Jan Naberink – twee koejen gestorven
Teunis Garstenveld op Wassink – drie koejen en twee kalvers gestorven
Geert Abbink – twee koejen en een osse gestorven
Berent Bennink – twee koejen gestorven
Jan Hendrik Schilderink – vijf koejen, drie starken en drie kalvers gestorven
Jan Hendrik Wassink – twee koejen en een starke gestorven
Hendrik Harmelink – vier koejen en seven starken gestorven
Berent Meekes op Bosscher – drie koejen en drie starken gestorven
Teunis Gierkinck – drie koejen en vier starken gestorven
.

Aan de benamingen starke (sterke) – veerse (vaars) en eenwinter wordt in verschillende delen
van Achterhoek en Liemers een andere betekenis toegekend.
Voor Lichtenvoorde gold:
sterke = vrouwelijk rund eenmaal gekalfd hebbende
dragende starke = vrouwelijk rund van 1 jaar voor het eerst drachtig
eenwinter = vrouwelijk rund van 1 jaar

Kapel in Vragender en geloofsbeleving

In het verleden volgden de bewoners het geloof van de heerser. In de 80 jarige oorlog wisselden de bewoners van katholiek naar protestant en omgekeerd.
Rond 1236 was Groenlo zo groot als het huidige Oost Gelre.
De loopafstand is groot.
Het kerkbezoek was toen beperkt en het geloof primitief en er werden geen doop-, trouw- en begraafboeken bijgehouden.

De armen trouwden niet, zij gingen samenwonen. Zij konden het zich niet financieel veroorloven te trouwen voor de  kerk.
Na 1300 werden kloosters gesticht en van daaruit werd gepredikt.
Door de toenemende behoefte om geloofsbeleving werden bijkerken en kapellen gebouwd zoals in Vragender en Lichtenvoorde. De bevolking op het platteland was het grootst rondom Vragender. Vandaar dat in Vragender een kapel werd gebouwd.

De kapel werd gewijd aan Onze Lieve Vrouwe en de apostel Sint Jacobus.
Als naam werd gekozen St. Jacobskapel (In het dialect Jaopikskapel)

Omstreeks 1444 werd een houten kapel gebouwd. In 1496 werd deze vervangen door een stenen kapel. (Afmeting 20 bij 8 meter). Lichtenvoorde werd in 1616 losgemaakt van de heerlijkheid Borculo. Lichtenvoorde werd Staats (protestants) en Groenlo was toen nog in Spaanse handen en dus nog katholiek (tot 1627). Voor Vragender betekende dat het tijdperk van de reformatie, de kapel kwam in 1616 in het bezit van de protestanten en werd daarom gesloten voor katholieken. De kapel werd gebruikt door de hervormden tot in 1648 hun eigen kerk gebouwd was. Tijdens het beleg van Groenlo in 1672 raakte de kapel beschadigd en verviel daarna tot een ruïne. Het was een miskapel. Voor dopen, trouwen en overlijden moest men naar de parochiekerk te Groenlo. Pas in 1869 werd een nieuwe kerk gebouwd. (Zie foto onder). Deze werd gewijd op 26 januari 1871. Op 23 oktober 1876 werd Vragender een zelfstandige “parochie”.
In 1951-1952 werd deze kerk herbouwd wegens de slechte staat waarin zich deze bevond.

Kijken wij naar het ontstaan van de parochies in de Achterhoek dan zien wij dat op 30 maart 804 Ludger werd gewijd als bisschop van Munster.
Hij stichtte 3 zogenaamde oerparochies, Winterswijk, Zelhem en in het jaar 835 in Groenlo.
Vragender behoorde van 835 tot 1672 tot het bisdom Munster. Onder het protestantisme werden de bisdommen niet langer erkend.
Echter in 1835, de wet was inmiddels gewijzigd, kwam Vragender onder het bisdom Utrecht.

Op 1 januari 2010 is de parochie in Vragender samen met 8 andere parochies opgegaan in een nieuwe parochie de Sint Ludgerparochie.
in januari 2021 zijn de deuren van de Rooms Katholieke kerk voorgoed gesloten en is onttrokken aan de kerkelijke diensten. De kerk heeft inmiddels een woonbestemming gekregen. Wel is de toren behouden en is er nu een kleine kapel aanwezig. De kerkgemeenschap heeft exact 150 jaren bestaan.

Waar werden overledenen uit Vragender begraven?

De grote lijn was als volgt:
815 tot 1627 In Groenlo
1627-1871 (Hervormde en later katholieke kerk) Lichtenvoorde en 1/4 gedeelte ook nog in Groenlo.
Vanaf 1871 in Vragender.

Wijk aanduiding Gemeente Lichtenvoorde

Zeker tot midden jaren 50 van de vorige eeuw werden de dorpen van een letter voorzien. De huizen hadden vervolgens volgnummers. Dat was dan het huisadres. Vaak werden er nieuwe huizen en boerderijen gebouwd. Eens in de zoveel jaren werden de woningen/boerderijen vernummerd. Ook kwam het voor dat er een letter werd toegevoegd.
C70 a is daarbij voor insiders een bekende.
Indeling:
A en B Lichtenvoorde (Lychtenfoort)
C Vragender (zie kopje “Toelichting”)
D Lievelde (Levele)
E Zieuwent (Sywent of Sieuwent)
F Harreveld (Harrrevelde of Hervelt)

Geveltoptekens
Wat is een Marke (Marke Vragenderveen)

Marke (latijn Marca) is een economische genootschap van buren . Deze is ontstaan uit de noodzaak om het gebruik en beheer van voornamelijk woeste gronden te regelen. Het geheel van rechten, plichten en regels werd vastgelegd in het wetboek van de Marke dat “willekeur” werd genoemd.

Ontbinding van de Marke Vragenderveen was omstreeks 1831 of 1861.

Wanneer worden doop, trouwen en overlijdensgegevens openbaar?

Geboorte : 100 jaar na geboorte
Huwelijk: 75 jaar na sluiten huwlijk
Overlijden: 50 jaar na overlijden

Enkele vreemde woorden en hun betekenis

Advocaat Fiscaal: aanklager, officier van justitie
Breuk: boete wegens licht vergrijp
Halsmisdrijven: zware misdrijven zoals moord, verkrachting en stelen van de kerk
Keurnoten: bijzitrechters
Landschrijver: griffier
Richter: hoogste ambtenaar en tevens rechter
Schepel: 10 liter droge waar (bijvoorbeeld van aardappelen en haver
Spint: oude maat van 7 liter
Verponding: grondbelasting

Memorie van successie was voor mij geen bron van informatie

Voor Gelderland zijn de zogenaamde memories van successie (periode 1818-1927) digitaal te raadplegen via het Gelders Archief.
Memories van successie zijn aktes waarin melding wordt gemaakt van de bezittingen en schulden van een overledene. Een belastingambtenaar stelde de memories op. Ze werden gebruikt om de hoogte van de successierechten (belasting over een erfenis) vast te stellen.

In deze documenten zijn terug te vinden: de naam van de overledene, plaats en datum van overlijden, overzicht van de bezittingen en schulden (en kadastrale aanduiding), naam en woonplaats van de erfgenamen en, als er een testament is, de datum van het testament en de naam van de notaris.

Kinderen en (achter)kleinkinderen hoefden voor 1878 geen successierechten te betalen.
Dit laatste is de reden dat er weinig te vinden was onder de naam Naberink.